Uitdagingen van veelkleurigheid

Tijdens een groen project vorig jaar onderzocht ik hoe tuinliefhebbers de toekomst van voedsel voor zich zien. Veel mensen die ik sprak hadden zelf een tuin, meestal een eetbare. Veel gehoorde ideeën waren: lokaal voedsel, zoals uit eigen tuin of van een lokale boer; duurzaam en bio; ruimte voor bijen en vlinders; bijzondere en oorspronkelijke soorten; zelfvoorzienend; natuurlijke veehouderij. Dingen ‘samen doen’ kwam ook naar voren. Er was een eigenaar van een zelfoogsttuin aanwezig, waar leden (afnemers) en de boer samen verantwoordelijk zijn voor de tuin en de opbrengst. Meerdere bezoekers waren lid van een dergelijk project. Anderen onderhielden samen met buurtbewoners een buurtmoestuin of ander groen initiatief. Dat klonk mooi, nieuw, hier en nu, passend in een veranderende samenleving waarin we van IK naar WIJ gaan.

Samen, maar op ‘mijn eigen manier’

Bij doorvragen begon dat beeld van ‘samen dingen doen’ toch wat te veranderen. Veel mensen hielden van tuinieren maar het moest wel op hún manier. De tuin en wat die nodig heeft moest passen in de wensen, planning en agenda van de eigenaar. Ze wilden een tuin met weinig onderhoud of die zelfredzaam was op specifieke momenten.

Zo wilde een vrouw graag groentes zaaien. Ze ging wel eerst een aantal weken op vakantie en daar moest de planning van de planten in passen. Ze kon daardoor geen planten zaaien die de eerste vier weken zorg nodig hadden, zoals water geven en uitplanten. Ze zocht zaden die ze na haar vakantie nog kon zaaien. Soorten die het direct, in de volle grond goed zouden doen waren ook welkom. Soorten die pas na haar vakantie oogst gaven zodat ze er wel wat aan had, hadden de voorkeur.

De eigen vrijheid was belangrijk.

Toch liever een sterke leider?

In organisaties die meer vanuit gelijkwaardigheid en gezamenlijkheid willen werken is vrijheid vs gezamenlijkheid een bekend thema. Als samen beslissen het ideaal is dan ontstaat vaak ook iets van het omgekeerde. Wie erg van zijn vrijheid houdt kan zich heel hiërarchisch gaan gedragen als het gaat om ‘samen iets doen’. Het ‘samen’ kan uit beeld verdwijnen, terwijl de bevoegdheden die iedereen heeft benadrukt worden. Ook ontstaat vaak ongeduld over het moeten luisteren naar en wachten op anderen. Dit thema komt snel naar voren bij besluitvorming en werken met consent. Daar heeft niemand vetorecht, maar wordt een tegenvoorstel gevraagd bij bezwaar. Dat kost inspanning, tijd, aandacht en energie. Nee zeggen vraagt werk. Op die momenten ontstaat een roep om ‘iemand die de beslissing kan nemen’. Of betrokkenen voeren een plan toch liever in hun eentje uit.

Samenwerken vs flow

De behoefte aan samen optrekken, betrokkenheid bij elkaar, inspiratie door een diversiteit aan inbreng en samen verantwoordelijkheid nemen groeit. Daarnaast groeit ook de behoefte aan autonomie en vrijheid.

Maar hoe combineer je die behoefte aan het volgen van je eigen flow en inspiratie met daadwerkelijk samenwerken met anderen? Wat helpt is het ontwikkelen van vertrouwen in de eigen individualiteit. Wat ook helpt is om de waarde van verschillen gaan zien. Dat brengt de collectieve, maatschappelijke ontwikkeling weer op gang: groeien van IK naar WIJ.

Een reactie plaatsen

%d bloggers liken dit: