Dragon dreaming: waardoor moet een droom sterven voordat hij kan gaan leven?

Veel mensen kennen methoden voor projectorganisatie die nogal langdradig, saai en analytisch zijn. Waar je een ‘vergadertijger’ voor moet zijn. Gelukkig kan het anders, leuker, vitaler en speelser. Dragon Dreaming is een methode voor projectorganisatie waar creativiteit, collectieve intelligentie en ontwikkeling voorop staan. Het idee achter Dragon Dreaming is dat je anderen nodig hebt, wil je een wat groter project opzetten. Een project is snel te groot voor één persoon. Dan ontstaat een keuze: ga je mensen werven die voor jou gaan aan de slag gaan stuur je anderen aan en blijf jij uiteindelijk verantwoordelijk voor alles? Dat kan goed werken als je graag dingen alleen doet. Vind je het fijn als anderen ook verantwoordelijkheid nemen of wil je het project na verloop van tijd overdragen, dan is iets anders nodig.

Die andere optie bestaat eruit het projectidee echt met anderen te gaan delen. In de Dragon Dreaming heet dat: het project, het idee van de initiatiefnemer moet ‘sterven’ en opnieuw tot leven komen in dialoog met een groep mensen. De droom is dan niet meer eigendom van degene die het heeft bedacht. Het wordt collectief bezit. Zo worden anderen betrokken op een gelijkwaardige, inspirerende manier.

De eerste stap van dit proces is een droomcirkel. Een droomcirkel is een proces waarbij een initiatiefnemer zijn of haar idee, voorstel, wens of droom presenteert. Daarna is het aan de aanwezigen, inclusief de inbrenger, om de droom zo te vormen dat iedereen in de groep erdoor geïnspireerd raakt en graag mee wil werken. Een vraag hiervoor kan zijn: wat zou maken dat jij met enthousiasme deel uitmaakt van dit project? Met de antwoorden op die vraag krijgt de droom opnieuw vorm.

De ‘draken’ (dragons) in dit proces roeren zich op de momenten dat het spannend wordt. Lukt het om als initiatiefnemer een droom te delen met anderen? Wat als anderen er iets heel anders van maken? Soms ontstaat de neiging om een droom dan maar helemaal los te laten en zelf iets nieuws te beginnen. Of er ontstaat een behoefte om strak te regisseren wie wel en wie niet mee mag doen met een droomcirkel. Maar deze tijd vraagt om nieuwe oplossingen, inbreng van verschillende kanten en een ander soort creativiteit. Dragon Dreaming biedt meer dan een organisatiemethode. Het biedt ook een stap in persoonlijke ontwikkeling die nieuwe vormen van samenwerken ondersteunt.

Pareltjes van gelijkwaardigheid

In trainingen gedeeld leiderschap komt één thema regelmatig voorbij: “in onze organisatie gaat dit niet werken”. Want: er is geen vertrouwen tussen mensen in de organisatie. Medewerkers mopperen over allerlei zaken maar spreken weinig echt uit, laat staan dat vraagstukken goed besproken worden. Of alleen sommige collega’s zijn in staat om complexe vraagstukken te begrijpen. En als iedereen iets moet zeggen dan duurt het allemaal veel te lang.

Geen magische oplossing
Werken met gedeeld leiderschap is inderdaad geen magische oplossing waardoor alles in een organisatie opeens soepel gaat lopen. Pik je de goede elementen eruit, dan heeft het meerwaarde. Echter, in sommige groepen en organisaties lijkt het inderdaad lastiger om hier mee te werken dan in andere. Ik ben nieuwsgierig naar waardoor sommige groepen laaiend enthousiast zijn over deze methoden en anderen eindeloos sceptisch blijven. Er valt wel een patroon te ontdekken. Is het herkenbaar?

Kernelement: een gedragen visie
Een sterke, gedragen visie blijkt een kernelement. Met de stevigheid van de visie staat of valt veel. Dit is te ervaren in ecodorpgroepen, die veel werken met gedeeld leiderschap. In deze groepen bestaat een sterke, heldere en breed gedragen visie waar betrokkenen bewust voor hebben gekozen. Mijn indruk is dat dat verschil maakt ten opzichte van medewerkers in een organisatie waar een visie wat meer van buitenaf komt. Vooral in gesubsidieerde, non-profit organisaties speelt geld een rol bij het verwoorden van visie en missie. Het maatschappelijke doel staat voorop, de uitwerking wordt vaak gestuurd door geldstromen en beleid daaromheen dat ook regelmatig verandert. Medewerkers voelen zich vaak heen en weer geslingerd tussen de belangen van het uitvoerende werk en beleid vanuit het management. Dat maakt het lastig om samen achter een duidelijke, krachtige visie te staan en van daaruit gedragen besluiten te nemen.

Afsluiten of openstellen?
Hier kun je je heel erg op richten, waardoor vertrouwen en positieve energie weglopen. Een alternatief is om vanuit een positieve instelling met anderen in gesprek gaan. Leer om je uit te spreken, om werkelijk te luisteren en leer de momenten ontdekken dat daar ruimte voor is. Zo vind je de pareltjes binnen het werken vanuit gelijkwaardigheid. Zoek naar waar je elkaar wel kunt vinden en waardeert. Naar de waarden die je met elkaar gemeen hebt en wat je van elkaar kunt leren.

Zelf aan de slag
Meer oefenen en verdiepen van deze thema’s?
Oefengroep Gedeeld Leiderschap: als je benieuwd bent naar nieuwe vormen van leiderschap en organiseren en vooral naar de rol die jij daar zelf in kunt spelen en welke persoonlijke uitdagingen je daarin tegenkomt.
Energie & Zelfzorg: als je behoefte hebt aan meer stevigheid in het contact met anderen.

Kern met Pit: kans voor buurtinitiatieven die willen groeien

Heb je of ben je betrokken bij een (vrijwilligers)initiatief in de buurt? Kijk voor extra ondersteuning, inspiratie en een steuntje in de rug eens naar Kern met Pit. De inschrijving hiervoor start weer 1 september a.s. Meer info vind je hier: www.kernmetpit.nl

Wat is Kern met Pit?

Kern met pit start weer in het najaar. Dat is een wedstrijd die burgerinitiatieven een jaar lang een steuntje in de rug geeft bij het realiseren van hun initiatief. Het programma begint met een serie presentaties waaruit een jury de beste initiatieven kiest. Wie mee mag doen in het programma krijgt een jaar de tijd om het project uit te voeren. Als dat lukt, als de doelen behaald worden, dan ontvangt het initiatief na dat jaar € 1000. Dat bedrag is onafhankelijk van de begroting van het project.

Alleen geld?

Gedurende het jaar biedt Kern met Pit workshops zoals Succesvol omgaan met de overheid; Vloggen en het Oprichten en Kiezen van een Rechtsvorm. Daarnaast zijn er coachingsgesprekken met de individuele initiatieven.

Aaibare projecten

Werk maken van je publiciteit en aaibaarheid zijn belangrijk in dat jaar. Laat je door de workshop Vloggen inspireren om daadwerkelijk filmpjes te maken van je ontwikkelingen en deel die op social media. Schrijf stukjes, organiseer meet-en-greet bijeenkomsten en betrek mensen. Hoe meer je dat doet, hoe meer kans je maakt op veel stemmers aan het eind van het jaar.

Want er is een extra prijs: aan het eind van jaar kiest ‘het publiek’ de meest inspirerende projecten. De projecten met de meeste stemmen krijgen een grotere geldprijs. Je bent zelf verantwoordelijk voor het bekend maken van je project en het enthousiasmeren van zoveel mogelijk mensen.

Leren van en over je eigen initiatief

Dat je geld kunt verdienen is voor velen een drijfveer om mee te doen, en terecht. Kern met Pit kan ook heel leerzaam zijn voor wie subsidies wil en daar geen ervaring mee heeft. Initiatieven komen alle thema’s tegen die ze bij een grote subsidieaanvraag ook tegen komen maar dan in het klein, op een wat vriendelijker en minder veeleisende manier. Er hangt minder vanaf en dat geeft ruimte om te experimenteren.

Al doende leer je:

– Hoe je op een enthousiasmerende, inspirerende manier anderen betrekt bij jouw project.

– Waarom het belangrijk is om anderen te betrekken bij jouw project.

– Wat het betekent om een stichting of vereniging op te richten.

– Samenwerken met andere organisaties.

– Andere initiatieven kennen. Kijk vooral van hen de kunst af van dingen waar jij wat minder sterk in bent!

– Wat fondsen echt van je willen en hoe je criteria vanaf een website zó leest dat je er een goed antwoord op kunt geven.

– Omgaan met structuur, wensen en behoeften van een samenwerkingspartner.

– Bij je eigen verhaal blijven.

– Plannen: hoe plan je je eigen project en hoe en waarom stem je een planning af op een externe partner.

– Wat zijn de consequenties als je je niet aan criteria van een externe partner of geldschieter houdt.

– Wat je nu eigenlijk echt wilt. Tot hoeverre wil je consessies doen en waarin wil je absoluut niet wijken.

Inschrijven en meer info

De inschrijving voor Kern met Pit start 1 september 2019 en eindigt 31 oktober 2019. Projecten van groepen of organisaties voor een leefbare en levendige buurt zijn welkom: www.kernmetpit.nl

Uitdagingen van veelkleurigheid

Tijdens een groen project vorig jaar onderzocht ik hoe tuinliefhebbers de toekomst van voedsel voor zich zien. Veel mensen die ik sprak hadden zelf een tuin, meestal een eetbare. Veel gehoorde ideeën waren: lokaal voedsel, zoals uit eigen tuin of van een lokale boer; duurzaam en bio; ruimte voor bijen en vlinders; bijzondere en oorspronkelijke soorten; zelfvoorzienend; natuurlijke veehouderij. Dingen ‘samen doen’ kwam ook naar voren. Er was een eigenaar van een zelfoogsttuin aanwezig, waar leden (afnemers) en de boer samen verantwoordelijk zijn voor de tuin en de opbrengst. Meerdere bezoekers waren lid van een dergelijk project. Anderen onderhielden samen met buurtbewoners een buurtmoestuin of ander groen initiatief. Dat klonk mooi, nieuw, hier en nu, passend in een veranderende samenleving waarin we van IK naar WIJ gaan.

Samen, maar op ‘mijn eigen manier’

Bij doorvragen begon dat beeld van ‘samen dingen doen’ toch wat te veranderen. Veel mensen hielden van tuinieren maar het moest wel op hún manier. De tuin en wat die nodig heeft moest passen in de wensen, planning en agenda van de eigenaar. Ze wilden een tuin met weinig onderhoud of die zelfredzaam was op specifieke momenten.

Zo wilde een vrouw graag groentes zaaien. Ze ging wel eerst een aantal weken op vakantie en daar moest de planning van de planten in passen. Ze kon daardoor geen planten zaaien die de eerste vier weken zorg nodig hadden, zoals water geven en uitplanten. Ze zocht zaden die ze na haar vakantie nog kon zaaien. Soorten die het direct, in de volle grond goed zouden doen waren ook welkom. Soorten die pas na haar vakantie oogst gaven zodat ze er wel wat aan had, hadden de voorkeur.

De eigen vrijheid was belangrijk.

Toch liever een sterke leider?

In organisaties die meer vanuit gelijkwaardigheid en gezamenlijkheid willen werken is vrijheid vs gezamenlijkheid een bekend thema. Als samen beslissen het ideaal is dan ontstaat vaak ook iets van het omgekeerde. Wie erg van zijn vrijheid houdt kan zich heel hiërarchisch gaan gedragen als het gaat om ‘samen iets doen’. Het ‘samen’ kan uit beeld verdwijnen, terwijl de bevoegdheden die iedereen heeft benadrukt worden. Ook ontstaat vaak ongeduld over het moeten luisteren naar en wachten op anderen. Dit thema komt snel naar voren bij besluitvorming en werken met consent. Daar heeft niemand vetorecht, maar wordt een tegenvoorstel gevraagd bij bezwaar. Dat kost inspanning, tijd, aandacht en energie. Nee zeggen vraagt werk. Op die momenten ontstaat een roep om ‘iemand die de beslissing kan nemen’. Of betrokkenen voeren een plan toch liever in hun eentje uit.

Samenwerken vs flow

De behoefte aan samen optrekken, betrokkenheid bij elkaar, inspiratie door een diversiteit aan inbreng en samen verantwoordelijkheid nemen groeit. Daarnaast groeit ook de behoefte aan autonomie en vrijheid.

Maar hoe combineer je die behoefte aan het volgen van je eigen flow en inspiratie met daadwerkelijk samenwerken met anderen? Wat helpt is het ontwikkelen van vertrouwen in de eigen individualiteit. Wat ook helpt is om de waarde van verschillen gaan zien. Dat brengt de collectieve, maatschappelijke ontwikkeling weer op gang: groeien van IK naar WIJ.

Vrijwilligersorganisatie 3.0

Vrijwilligersorganisatie 3.0

Vrijwilligersorganisaties hebben behoefte aan stabiliteit. Het is fijn om zeker te weten dat een klus gedaan wordt, dat vervanging te vinden is voor een vrijwilliger die weggaat en dat vrijwilligers het naar hun zin hebben zodat ze langer blijven. Binnen vrijwilligersorganisaties circuleren allerlei tips en ervaringen over het omgaan met vrijwilligers en het organiseren van initiatieven, met als doel om wat stabiliteit te organiseren. Vrijwilligerswerk is sterk veranderd de laatste jaren. Het is flexibeler geworden. Zijn organisatievormen voldoende mee veranderd?

“Er is maar één manier die werkt!”

Het blijkt lastig om als organisatie mee te bewegen met nieuwe vormen van vrijwilligerswerk. Er is wel helderheid over de nieuwe wensen van vrijwilligers maar het lijkt ingewikkeld om daar in de praktijk vorm aan te geven. Het viel me laatst op dat de meeste bestuurders en coördinatoren sterke ideeën hebben waar ze aan vast houden. Voor de één is het samen klussen in een tuin op een vaste dag de heilige graal. Een ander zweert bij het hebben van een vaste ruimte waar vrijwilligers kunnen werken. Dat ‘trekt vrijwilligers aan’ en zonder zo’n vaste ruimte ‘vind je bijna geen mensen’. Weer een ander leerde door trial and error dat bij hen een vaste dag voor iedereen juist niet werkt. Bij dat groene initiatief kiezen vrijwilligers hun eigen moment om in de tuin te klussen. Ze houden elkaar wel op de hoogte van wat ze waar doen. ‘Iedereen zou dat zo moeten doen’, was het idee.

Vrijwilligerswerk anno 2017

Adviezen over de organisatie van vrijwilligers, ook al komen ze uit jarenlange ervaring, blijken beperkt houdbaar. Initiatieven trekken verschillende vrijwilligers en niet iedere organisatievorm past bij elke groep mensen. Er is geen werkwijze die past bij iedereen. Met nieuwe vormen van vrijwilligerswerk neemt de noodzaak tot flexibiliteit in de organisatie toe.

Dynamisch organiseren

Hoe kan een organisatie mee bewegen met haar vrijwilligers? Sinds een aantal jaren zijn nieuwe, meer dynamische organisatievormen in opkomst. In deze organisatievormen zit flexibiliteit al ingebouwd in de vorm van een feedbackloop. De groep maakt afspraken voor een bepaalde periode, evalueert en stelt zo nodig bij. Een afspraak is altijd tijdelijk en verandering is blijvend mogelijk. Dit houdt een groep wakker, zet aan het denken en biedt ruimte voor experiment. Zo vormt flexibiliteit de gewenste stabiele factor.

Leren hoe je dat in je eigen organisatie kunt toepassen? Volg een training organiseren zonder hiërarchie.

22 juni 2017